Waarom is het oliepeil controleren belangrijk?
De motorolie in uw auto is essentieel voor het goed functioneren van de motor. Het smeert de bewegende delen, koelt de motor en helpt bij het reinigen van interne componenten. Een te laag oliepeil kan leiden tot oververhitting, verhoogde slijtage en uiteindelijk tot ernstige motorschade. Regelmatige controle van het oliepeil is daarom een eenvoudige maar cruciale onderhoudstaak die u zelf kunt uitvoeren.
Wanneer moet je het oliepeil controleren?
Het is een goed idee om uw oliepeil regelmatig te controleren, bijvoorbeeld eens per maand, of voordat u een lange rit gaat maken. Ook is het verstandig om dit te doen na een onderhoudsbeurt waarbij olie is bijgevuld of ververst. Zorg ervoor dat de motor van de auto op bedrijfstemperatuur is en dat de auto op een vlakke ondergrond staat. Dit zorgt voor de meest accurate meting.
Stappenplan voor het controleren van het oliepeil
1. Voorbereiding
Zorg dat de motor warm is, maar niet heet. U kunt de motor een paar minuten laten draaien en hem vervolgens uitzetten. Wacht daarna ongeveer vijf tot tien minuten zodat de olie terug kan zakken in het carter. Plaats de auto op een vlakke ondergrond. Open de motorkap en zoek de peilstok.
2. De peilstok vinden en verwijderen
De peilstok is meestal felgekleurd (geel, oranje of rood) en heeft een lus of handvat aan het uiteinde, vaak gemarkeerd met een oliesymbool. Trek de peilstok voorzichtig uit de motor. Veeg de peilstok volledig schoon met een doek of stuk keukenpapier. Zorg ervoor dat er geen pluisjes achterblijven.
3. Het oliepeil aflezen
Steek de schoongemaakte peilstok weer volledig terug in de buis totdat deze goed vastzit. Trek de peilstok er vervolgens opnieuw langzaam uit. Aan de peilstok ziet u een schaalverdeling met markeringen voor het minimum- en maximumpeil. Vaak zijn dit twee streepjes, inkepingen of de woorden 'MIN' en 'MAX'. Kijk naar de hoeveelheid olie die aan de peilstok kleeft. De olie moet zich tussen de MIN- en MAX-markering bevinden, bij voorkeur dichter bij de MAX-markering.
4. Olie bijvullen indien nodig
Als het oliepeil te laag is, moet u olie bijvullen. Zoek de olievuldop op het motorblok. Deze dop is vaak ook gemarkeerd met een oliesymbool. Draai de dop open en voeg langzaam kleine hoeveelheden olie toe. Gebruik de juiste soort olie die wordt aanbevolen in het instructieboekje van uw auto. Na het bijvullen wacht u weer even en controleert u het peil opnieuw met de peilstok. Vul alleen bij tot het juiste niveau en probeer niet de MAX-lijn te overschrijden, want te veel olie kan ook schadelijk zijn.
5. Afronding
Als het oliepeil correct is, plaatst u de peilstok terug in de buis en sluit u de motorkap. Doe hetzelfde met de olievuldop. Een goed oliepeil draagt bij aan een langere levensduur van uw motor en voorkomt onnodige reparatiekosten.