Wil je dat het koelsysteem van je auto bestand is tegen min 25 graden, dan heb je ongeveer 40 procent antivries en 60 procent gedemineraliseerd water nodig. Toch adviseren de meeste autofabrikanten een verhouding van 50/50. Daarmee zit je beschermd tot ongeveer min 35 à min 37 graden en krijgt de motor ook voldoende bescherming tegen corrosie en kalkaanslag. Nu de nachten in oktober kouder worden, is dit hét moment om het even te controleren.
Waarom de mengverhouding zo belangrijk is
Koelvloeistof bestaat uit water en een antivriesmiddel op basis van glycol. Puur water bevriest bij 0 graden en zet daarbij uit. In een motorblok kan dat leiden tot gescheurde slangen, een lekkende radiateur of in het ergste geval een beschadigd motorblok. Glycol verlaagt het vriespunt van het mengsel, maar alleen als de verhouding klopt.
Opvallend is dat meer niet altijd beter is. Pure antivries bevriest al rond de min 13 graden en voert warmte slechter af dan een mengsel met water. Boven de 60 tot 65 procent glycol neemt de bescherming tegen vorst dus weer af, terwijl de motor in de zomer warmer kan worden.
Welke verhouding geeft welke bescherming?
Onderstaande waarden gelden globaal voor koelvloeistof op basis van monoethyleenglycol, de meest gebruikte soort:
- 30 procent antivries: bescherming tot ongeveer min 16 graden
- 40 procent antivries: bescherming tot ongeveer min 25 graden
- 50 procent antivries: bescherming tot ongeveer min 36 graden
- 60 procent antivries: bescherming tot ongeveer min 50 graden
In Nederland kom je zelden onder de min 15, maar wie in de kerstvakantie naar Oostenrijk, Zwitserland of Scandinavië rijdt, kan 's nachts op een parkeerplaats wel degelijk min 20 of lager tegenkomen. Met 40 procent zit je dan net goed, met 50 procent heb je een ruime marge.
Zo controleer je de huidige verhouding
Je kunt aan de kleur van koelvloeistof niet zien hoe sterk het mengsel is. Daarvoor heb je een eenvoudige antivriestester nodig. Een tester met drijvende balletjes kost een paar euro bij elke autowinkel, een refractometer is nauwkeuriger en kost tussen de €15 en €30. Veel garages meten het ook gratis tijdens een wintercheck.
Let op bij het meten
Open het expansievat alleen als de motor helemaal koud is. Koelvloeistof staat onder druk en kan bij een warme motor met kracht naar buiten spuiten. Zuig een beetje vloeistof op met de tester en lees de waarde af.
Bijvullen zonder fouten te maken
Is de bescherming te laag, dan vul je niet zomaar puur water bij. Daarmee verdun je het mengsel alleen maar verder. Gebruik kant-en-klare koelvloeistof of meng geconcentreerde antivries zelf met gedemineraliseerd water. Gewoon kraanwater bevat kalk en mineralen die op termijn aanslag geven in de radiateur en de kachelradiateur.
Kijk ook goed welk type je nodig hebt. Je vindt dit in het instructieboekje of soms op de dop van het expansievat. Aanduidingen als G12, G12+ of G13 zijn niet zonder meer onderling te mengen. Verkeerde combinaties kunnen een soort gel vormen die kanalen verstopt. Twijfel je, dan is een universele koelvloeistof die geschikt is voor meerdere specificaties een veilige keuze, al blijft het merk-specifieke type de beste optie.
Hoe vaak vervangen?
Naast de vorstbescherming slijten ook de toevoegingen die corrosie tegengaan. Afhankelijk van het type gaat koelvloeistof drie tot vijf jaar mee, bij moderne long life varianten soms langer. Is je vloeistof bruinig of troebel, of zie je vlokjes in het expansievat, laat het systeem dan doorspoelen en opnieuw vullen.
Wie nu tien minuten de tijd neemt om de antivries te meten, voorkomt een dure reparatie midden in de winter. Een tester van een paar euro en een fles koelvloeistof in de kofferbak zijn daarvoor alles wat je nodig hebt.